Parlementair haastwerk zorgt voor onoverzichtelijke gevolgen: te gek voor woorden

De Kamercommissie Economie keurde gisteren een wetsvoorstel goed, dat mensen met schulden wil beschermen tegen agressieve invorderingsmethodes van de schuldindustrie. Indien de wet ook door de plenaire zitting van het parlement zou worden goedgekeurd, dreigt een lawine van andere problemen te ontstaan. Er is geen aandacht geschonken aan de gevolgen die voortvloeien uit andere wetgeving.

Het door de Kamercommissie Economie goedgekeurde wetsvoorstel legt nu aan alle ondernemingen op om betalingstermijnen toe te staan. Door de nieuwe regeling kan een consument 45 dagen wachten om zijn factuur te betalen. Er moet eerst 20 dagen worden gewacht en dan kan er pas een kosteloze betalingsherinnering worden gestuurd. Dan moeten er nog 10 dagen voorbijgaan alvorens er een eerste ingebrekestelling kan worden verzonden en dan heeft de schuldenaar nog 15 dagen de tijd. Als hij dan een afbetalingsplan voorstelt moet de invorderingsprocedure worden geschorst.

Het is duidelijk dat de indieners van het wetsvoorstel niet beseffen wat het gevolg is om dergelijk wettelijk systeem te veralgemenen en op die wijze in te grijpen in het recht”, stelt Hugo Lamon, woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies. “Hoewel het uiteindelijk niet de bedoeling blijkt om een veralgemeend recht op uitgestelde betaling in te voeren, is dat niet zondermeer duidelijk op grond van de haastig opgestelde wettekst. Zulke onduidelijkheden moeten vermeden worden. Maar het gaat nog verder. Zo is die nieuwe regeling van toepassing op alle ondernemers, dus ook op beoefenaars van vrije beroepen. Daar is duidelijk niet over nagedacht, zeker niet voor alle vrije beroepen die btw-plichtig zijn. Die hebben vaak de gewoonte om eerst een voorschotfactuur op te stellen. Ook in dat geval lopen die termijnen en dat zal de cliënt niet ten goede komen, nu daarmee de aanvang van het dossier vertraging zal oplopen.”

De nieuwe wet voorziet nu ook dat de Minister van Economie een advocaat persoonlijk kan dagvaarden omdat die voor een cliënt een factuur invordert. “Dat zou dus de allereerste keer zijn dat de uitvoerende macht de advocatuur op die wijze onder druk kan zetten”, merkt Hugo Lamon op. Advocaten behoren onafhankelijk te kunnen handelen en zijn onderworpen aan strenge deontologische regels. Die worden nu met één pennentrek in de vuilnisbak gegooid, zonder dat er met de advocatuur enig overleg is geweest. “Dat is overigens nog niet alles. Het is nog erger. De stafhouders van de balie zijn op dat punt hun bevoegdheid ontnomen en die bevoegdheid zal worden overgenomen door de politiemensen of ambtenaren van de FOD Economie. Daarmee doorkruist dit wetsvoorstel de bepalingen van het Wetboek van Economisch Recht, waar de controlebevoegdheid van die ambtenaren voor vrije beroepen aan bijzondere regels onderworpen is. Dit is duidelijk knoeiwerk”, stelt Lamon, die de politici oproept om het wetsvoorstel niet goed te keuren en eerst over de gevolgen van de tekst na te denken en goed te onderzoeken hoe die in de rest van de wetgeving moet worden ingepast.

Brief aan parlementsleden

Met het oog op de plenaire zitting van donderdag 19 december 2019 roept de Orde van Vlaamse Balies in een brief het parlement op om de tekst zoals die nu voorligt niet goed te keuren, en de tekst eerst te herschrijven. Bij de brief zat ook een nota.

Lees de nota 'Parlement kan nog vermijden dat een juridische draak wet wordt'